Psalm 21; een gouden kroon voor Jezus
HEERE, de koning verblijdt zich over Uw macht. Hoezeer is hij verheugd over Uw heil! De wens van zijn hart hebt U hem gegeven; het verzoek van zijn lippen hebt U hem niet onthouden. Sela
Want de koning vertrouwt op de HEERE; door de goedertierenheid van de Allerhoogste wankelt hij niet.
Uw hand zal al Uw vijanden vinden, Uw rechterhand zal hen die U haten, vinden. U zult hen als een vurige oven maken, ten tijde dat U Uw aangezicht laat zien. De HEERE zal hen in Zijn toorn verslinden, het vuur zal hen verteren. U zult hun vrucht wegdoen van de aarde, hun nageslacht onder de mensenkinderen. Want zij hebben kwaad tegen U beraamd; zij hebben een listig plan bedacht, maar zijn tot niets in staat. Want U zult hen tot een doelwit maken, met Uw boog zult U op hun gezicht richten. Verhef U, HEERE, in Uw macht; dan zullen wij zingen en Uw macht met psalmen loven.”
Er is een heenwijzen naar de grote Koning van Israël, de Messias.
In de bespreking van deze psalm zal de aandacht vooral naar het laatste uitgaan.
In Psalm 21 valt de nadruk op de overwinning en sluit aan bij het tweede gedeelte van psalm 22 die over de overwinning spreekt.
“HEERE, de koning verblijdt zich over Uw macht. Hoezeer is hij verheugd over Uw heil!”
Maar dat sterke en krachtige geloof wat kenmerkend is voor David heeft hem niet in de steek gelaten. David spreekt hier nadrukkelijk als koning van Israël, door God zelf gezalfd, die zo dankbaar is dat Hij verlost.
De Here is immers de Heilige van Israël.
David juicht over Gods daden. David is een emotioneel mens die ontroert raakt over de goedheid van de HEERE. Die eeuwig trouwe God.
Als we de woorden betrekken op de Zoon van David, dan wordt de tekst nog rijker. De Messias, hoe blij is Hij wel niet met de macht van Zijn Vader.
Hoe oprecht is Zijn juichen over het heil van Zijn Vader.
